Leesproject

Het “niveaulezen” (lezen in niveaugroepjes o.l.v. een leesmoeder en de juf bij de zwakste lezers) evolueerde enkele jaren geleden naar “tutorlezen”.

Leerlingen van het 5 de en 6de leerjaar begeleiden lln van het 1ste – 2de en 3de leerjaar bij het lezen van een boekje van de reeksen: SALTO, SPETTER van Zwijsen. Vooraf lezen de lln. van de derde graad het leesboekje. Ze zorgen dat ze de inhoud volledig begrijpen, zoeken begrippen op zodat ze deze op eenvoudige wijze kunnen uitleggen aan hun “leesmakker”.

Bij elk boekje worden gepaste vragen, wat betreft de inhoud, opgesteld door de lln van de 3de graad. Deze worden, na het volledig lezen van de boekjes, aan de lezertjes gesteld en besproken. Een leuke opdracht/activiteit voor snelle lezers wordt ook voorzien. Na elke sessie wordt een opvolgblad per llg. ingevuld door de lln. van de 3de graad.

Het tutorlezen blijft zeker en vast een goeie leesvorm maar toch waren er een aantal aanwijzingen om op zoek te gaan naar andere leesvormen. Leesvormen waarmee je op een speelse, uitdagende manier het leesniveau van de kinderen omhoog krijgt. Leesvormen waar aandacht aan het denkend lezen wordt geschonken. Vanuit de lln is er een duidelijke nood aan afwisseling. Een heel jaar tutorlezen is te lang. Na heel wat zoek- en denkwerk komen we vanuit de werkgroep lezen tot een aantal nieuwe leesvormen. Tijdens het schooljaar 2011 – 2012 werd dit leesproject uitgewerkt , uitgetest en geëvalueerd in het 2de en 3de leerjaar. Tijdens het schooljaar 2012 – 2013 werden de aanpassingen ook in het 1ste leerjaar doorgevoerd. Tijdens het schooljaar 2013 – 2014 krijgt het nieuwe leesproject definitief vorm.

Leesproject 2013 – 2014

Organisatie:

Op basis van klasgroep, karakters, leesniveau worden de lln van het 5de leerjaar aan een llg. van het
1ste leerjaar gekoppeld. Indien doorheen het schooljaar duidelijk wordt dat sommige combinaties niet optimaal zijn, kan dit gewijzigd worden.

L1 – L5

1STE SEMESTER

Vermits de lln van het 1ste leerjaar nog niet veel zelf kunnen lezen, wordt er gestart met alternatieve leesvormen in het eerste semester. Er wordt heel veel aandacht besteed aan letterherkenning, ontdekken van prentjes, woorden uit het taal – en spellingschrift in de vorm van rijmlotto, memory, taalspelletjes, denkend luisteren, …. Elk leesmoment start met een herhaling van de woordjes, pagina’s uit het leesboek die in de klas reeds aan bod zijn gekomen. Na ongeveer 10 minuten start de andere leesactiviteit. Per groep (groepje in L1 en een groepje in L5) worden de kinderen in 4
deelgroepen ingedeeld (van A – D) . Na 4 leesmomenten hebben ze elke leesvorm 1 keer doorlopen. Dit blijven we herhalen afhankelijk van het aantal leesmomenten (normaal om de 2 weken) in het 1ste trimester.

Groep A: Lezen van een prentenboek:

In de klas staat een bak met prentenboeken vanuit de klas en vanuit de bibliobus. Na een 10-tal minuten de leeslesjes van de klas te herhalen, lezen de lln van het 5de een prentenboek voor. In het
4de leerjaar hebben ze geleerd hoe ze een prentenboek moeten vertellen, vraagjes stellen over de inhoud, het verhaal nog eens laten navertellen a.d.h.v de prenten, …. Indien er nog tijd over is, mag er gewisseld worden van boek.

GROEP B: taalspelletjes: memory – lotto – ….

Aan de hand van woordkaartjes, letterkaartjes, …. vanuit het taalschrift van de klas zijn er een aantal
taalspelletjes samengesteld. Al spelend leren de lln van het 1ste leerjaar de begrippen, woordenschat,
…. die ook in de lees –en taallesjes van de klas aan bod komen. Ook bij deze activiteit wordt er gestart met 10 minuten lezen in het leesboek.

GROEP C: opdrachtenparcours doorheen de school:

Aan de hand van een lettermandala doorlopen de lln. de 26 talige opdrachten. De lln van het 5de leerjaar lezen de opdrachten voor, de lln van het 1ste leerjaar voeren ze uit. Telkens ze een opdracht tot een goed einde hebben gebracht,mogen ze de overeenkomstige letter kleuren. Tijdens 1 leesmoment doen de lln ongeveer de helft van de opdrachten. Tijdens het volgende moment gaan ze gewoon verder waar ze gestopt waren.

GROEP D: Denkend luisteren:

Elk leesgroepje krijgt een aantal opdrachtenmapjes. De opdrachten variëren van een verhaal in de juiste volgorde leggen, vraagjes over een tekst beantwoorden, het einde van een verhaal verzinnen, teksten aan de juiste prenten koppelen, …. De lln van het 5de leerjaar lezen de teksten voor, de lln van het 1ste leerjaar voeren de opdrachten uit.

2DE SEMESTER:

Het 2de semester start met het afnemen van de LVS-testen voor lezen en het afnemen van het avi – niveau in het 1ste leerjaar. Op basis van deze resultaten wordt bekeken welk niveau van boekje elke llg krijgt.

Tutorlezen:

Elk leesmoment start met het lezen in het leesboek van de klas. De laatste leeslesjes worden herhaald. Na een 10-tal minuten gaan ze over tot het lezen in een boekje van de “leeslocomotief”. De klasleerkracht verdeelt op voorhand de boekjes, zodat elke llg op eigen niveau boekjes krijgt. Indien het boekje uit is , wordt er nog gelezen in de “zonnekind”-boekjes die in de klas aanwezig zijn.
L2 – L6 / L3 – L6:

Op basis van klasgroep, karakters, leesniveau worden de lln van het 6de leerjaar aan een llg van het
2de of 3de leerjaar gekoppeld. Indien doorheen het schooljaar duidelijk wordt dat sommige combinaties niet optimaal zijn, kan dit gewijzigd worden. De lln die een anderstallige llg. als leespartner krijgen, mogen na een trimester wisselen van leespartner.

1ste SEMESTER:

Tutorlezen:

In september wordt er telkens gestart met het lezen van boekjes uit de reeksen SALTO en SPETTER van Zwijsen. Dit om het vlot technisch lezen goed te trainen bij het begin van een nieuw schooljaar. Aan de hand van de LVS-testen, het bepalen van het avi-niveau wordt vastgesteld welk leesniveau
de lln hebben. De boekjes die worden aangeboden zijn bij elke llg afgestemd op zijn/haar leesniveau.

Bij elk boekje worden gepaste vragen, wat betreft de inhoud, opgesteld door de lln van de 3de graad. Deze worden, na het volledig lezen van de boekjes, aan de lezertjes gesteld en besproken. Een leuke opdracht/activiteit voor snelle lezers wordt ook voorzien. Na elke sessie wordt een opvolgblad per llg. ingevuld door de lln. van de 3de graad.

2DE SEMESTER:

Groep A: Lezen van een prentenboek:

De lln van de 3de graad bereiden zich voor op het lezen van een prentenboek. In tegenstelling tot de lln van het 1ste leerjaar moeten de lln van het 2de en 3de leerjaar het prentenboek zelf lezen, maar de lln van de 3de graad voorzien wel nog een leuk spelletje met betrekking tot het boek, stellen vraagjes over de inhoud, laten het verhaal nog eens navertellen a.d.h.v de prenten, …. Indien er nog tijd over is,mag er gewisseld worden van boek.

GROEP B: Denkend lezen – luisteren:

Elk leesgroepje krijgt een aantal opdrachtenmapjes. De opdrachten variëren van een verhaal in de juiste volgorde leggen, vraagjes over een tekst beantwoorden, het einde van een verhaal verzinnen, teksten aan de juiste prenten koppelen, …. Weer is het belangrijk om de lln van 2 en 3 zoveel mogelijk zelf te laten lezen. Het spreekt voor zich dat er een gradatie is tussen de opdrachten van het 2de en die van het 3de leerjaar.

De opdrachten worden op voorhand in de klas voorbereid.

GROEP C: opdrachtenparcours doorheen de school:

Aan de hand van een lettermandala doorlopen de lln 26 talige opdrachten. Telkens ze een opdracht tot een goed einde hebben gebracht mogen ze de overeenkomstige letter kleuren. Het belangrijkste tijdens deze opdrachten is om de lln van het 2de en het 3de leerjaar zoveel mogelijk ZELF te laten lezen. Tijdens 1 leesmoment doen de lln ongeveer de helft van de opdrachten. Tijdens het volgende moment gaan ze gewoon verder waar ze gestopt waren. De lln van het 2de leerjaar doen het gele opdrachtenparcours, de lln van het 3de leerjaar lossen het rode opdrachtenparcours op.

GROEP D: Denkend lezen – luisteren:

Elk leesgroepje krijgt een aantal opdrachtenmapjes. De opdrachten variëren van een verhaal in de juiste volgorde leggen, vraagjes over een tekst beantwoorden, het einde van een verhaal verzinnen, teksten aan de juiste prenten koppelen, …. Weer is het belangrijk om de lln van 2 en 3 zoveel mogelijk zelf te laten lezen. Het spreekt voor zich dat er een gradatie is tussen de opdrachten van het 2de en die van het 3de leerjaar.

De opdrachten worden op voorhand in de klas voorbereid.

VOORLEZEN BIJ DE KLEUTERS DOOR L4:

De lln van het 4de leerjaar gaan afwisselend “voorlezen” aan de kleuters van de 2de en 3de kleuterklas. Deze activiteit wordt op voorhand in de klas voorbereid. De lln lezen het boek voor, hebben
aandacht voor de kaft van het boek, stellen inhoudsvraagjes, laten het verhaal navertellen a.d.h.v. de
prenten,…

Ralfi – lezen:

In het 2de en 3de leerjaar zijn we als extra leesaanbod (wegens zwakke leesgroepen) ook gestart met ralfi – lezen. (zie bijlage)